Naar de inhoud

Documentatie

oVirt

oVirt is het open-source beheerplatform voor KVM. Eén engine staat voor alle hosts, en Provibr praat met die engine via de REST API. Heb je de Proxmox-pagina gelezen, dan is het model hetzelfde: een agent in je netwerk, een integratie die naar de engine wijst, een plan, en een sjabloon om van te klonen. Deze pagina gaat over wat er anders is.

Waarin het van Proxmox afwijkt

Allebei zijn het hypervisors en allebei leveren ze hetzelfde soort resource, dus plannen, capaciteit, IP-pools en het auditspoor werken precies zoals bij Proxmox. De verschillen zitten in hoe een machine geadresseerd en geplaatst wordt.

Er valt geen node te kiezen en er is geen ID-range om uit te geven. De engine kiest zelf een host binnen het cluster, en hij munt de identificatie van een machine: een UUID, geen vmid. Ben je Proxmox gewend, dan ontbreken die twee velden met opzet.

Wat je invult

Een oVirt-integratie wijst naar de engine, niet naar een host. Vier waarden, allemaal verplicht:

  • Het adres van de engine zoals je het in de browser opent, bijvoorbeeld https://ovirt.example.com. Alles na de hostnaam vervalt; de agent bouwt het API-pad zelf.
  • De gebruikersnaam inclusief het autorisatieprofiel, bijvoorbeeld provibr@internal.
  • Het wachtwoord van die gebruiker.
  • De SHA-256-fingerprint van het certificaat dat de engine aanbiedt.
oVirt kent geen API-token dat je kunt intrekken of tot een deel van de API kunt beperken, dus wat de agent bewaart is het volledige wachtwoord van een account. Daarmee is de rol op dat account de enige begrenzing die er is: maak een aparte gebruiker voor Provibr en geef die een rol die niet verder reikt dan het cluster dat hij beheert, in plaats van admin@internal te gebruiken.

De TLS-fingerprint

Een oVirt-engine serveert een certificaat dat door zijn eigen interne CA ondertekend is. Lees de fingerprint uit vanaf elke machine die de engine kan bereiken:

shell
openssl s_client -connect <host>:443 </dev/null 2>/dev/null | \
  openssl x509 -noout -fingerprint -sha256
Commando's en terminaluitvoer zijn overal Engels, in het paneel en op deze pagina's. Één tekst, één waarheid: wat je hier leest is letterlijk wat je host teruggeeft.

Dit veld is verplicht en blijft verplicht. Er is geen publiek vertrouwde keten om op terug te vallen en geen onversleuteld pad, dus de agent vertrouwt dat ene certificaat en verder niets. Vervang je het certificaat van de engine, vervang dan ook de fingerprint hier.

Cluster, opslag en netwerk

Drie instellingen vertellen de engine waar hij moet bouwen. Ze staan op de integratie en gelden voor elke machine die je erdoor bestelt:

  • Cluster: waar nieuwe machines landen. De engine kiest daarbinnen een host.
  • Storage domain: waar de schijf van een nieuwe machine wordt aangemaakt.
  • vNIC-profiel: waar de netwerkkaart van een nieuwe machine aan hangt.

Sjablonen

Een machine wordt gebouwd door een oVirt-sjabloon te klonen, precies zoals op Proxmox. Koppel een sjabloon aan een besturingssysteem in je catalogus en elk plan dat dat systeem aanbiedt kloont het.

Netwerkinstallatie via PXE is niet beschikbaar voor oVirt. Een sjabloon klonen is hier de enige manier waarop een machine ontstaat.

Wat je met een machine kunt

Aanmaken, starten, stoppen, afsluiten, pauzeren, hervatten en verwijderen. Een schijf vergroten of er een bijzetten, een netwerkkaart koppelen of loskoppelen, de console openen en de verbruiksgrafieken lezen.

Herinstalleren bestaat niet voor oVirt. Op Proxmox wist dat commando een machine en kloont het het sjabloon opnieuw op hetzelfde ID; oVirt heeft daar geen equivalent voor, dus die knop staat er niet. Verwijder de machine en bestel in plaats daarvan een nieuwe.

Adressen en de firewall

Adressen werken zoals overal in Provibr: een plan koppelt cores, geheugen en schijf aan een adrespool, bij het bestellen wordt het eerstvolgende vrije adres gepakt en in de cloud-init-instellingen van de machine gezet, en het verwijderen van de machine geeft het weer vrij.

Er is geen firewall per machine. Proxmox kan een ipset per machine bijhouden en Provibr houdt die gelijk met de adressen die het uitgaf; oVirt heeft niets van dien aard, dus dat tabblad verschijnt niet.

Machines die er al zijn

Machines die al op je engine draaien kun je in het paneel importeren. Ze houden hun identificatie, ze gaan meetellen voor je capaciteit, en vanaf dat moment beheer je ze als elke andere machine.